**9.1.** Voor de vaststelling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan
van de volgende normbedragen per jaar:
voor gebruik van een (eigen) auto of vervoer door derden is
het normbedrag € 510;
voor het gebruik van een bruikleenauto is het normbedrag €
285;
voor het gebruik van een taxi bedraagt het normbedrag €
1.020.
**9.2..** Indien de werkelijke kosten van het taxivervoer voor het regionale
vervoer aantoonbaar hoger zijn dan de bedragen genoemd onder c in
het vorige lid, dan kan de persoon met een beperking in aanmerking
komen voor een gemaximeerde vergoeding (inclusief het normbedrag)
van € 3.147 voor het gebruik van een taxi.
**9.3..** Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend, zijnde: gebruik van
een eigen auto of vervoer door derden, gebruik van een
bruikleenauto, en gebruik van een (rolstoel)taxi , aan beide
gehuwden of samenwonende partners bedraagt de financiële
tegemoetkoming per persoon maximaal 75% van het in lid 1 en 2
genoemde bedrag.
**9.4.** Indien de persoon met beperkingen als gevolg van een beperkte
deelname aan het maatschappelijk verkeer een lagere vervoerbehoefte
heeft, wordt de financiële tegemoetkoming evenredig verlaagd.
**9.5.** Waar nodig kan de gemeente degene aan wie een vervoersvoorziening is
toegekend, verplichten een overzicht bij te houden en in te leveren
van de verreden kilometers in het kader van de voorziening.
**9.6..** De persoon met beperkingen aan wie een scootmobiel is verstrekt, kan
aanspraak maken op een financiële tegemoetkoming van € 520 voor de
kosten van het aanschaffen van een adequate voorziening die het
mogelijk maakt de scootmobiel in de eigen auto mee te nemen.
HOOFDSTUK 6
Artikel 9
Hoogte vergoedingen vervoerskosten
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Dalfsen