In aansluiting op de “Nota plaatsing antennemasten inzake commerciële mobiele telecommunicatie gemeente Blaricum 2000” leggen wij u het volgende voor .
Eerder heeft u naar aanleiding van het ontstaan van de nodige publieke discussie en ongerustheid over gezondheidsaspecten rondom de plaatsing van GSM/UMTS masten besloten vooralsnog geen medewerking meer te willen aan de plaatsing van dergelijke masten.
Hierbij wordt aangetekend dat deze bestuurlijke “pas op de plaats” uiteraard niet van toepassing kan zijn op de plaatsing van zogenaamde “vergunningvrije UMTS-masten (hoogte minder dan 5 meter) die in onze gemeente op tal van plaatsen zijn geplaatst binnen het kader van het eerder met de providers afgesproken plaatsingsplan. Uw eerder uitgesproken tijdelijke “stop” was met name gericht op de solitaire antennemasten ( hoogte tot 40 meter) waarvoor een vrijstellingsprocedure moet worden gevolgd.
Inmiddels zijn alle aspecten, juridisch, planologisch, gezondheid en welstand met zorg bekeken en rekening houdend met de problematiek en gevoeligheid van het onderwerp onderkennen wij uw terughoudendheid, maar gezien de juridische aspecten is het meewerken aan de plaatsing niet tegen te houden.
Vanwege de maatschappelijke onrust over de veiligheids- en gezondheidsrisico’s verbonden aan de plaatsing van dergelijke masten, achtte u het raadzaam over meer informatie te willen beschikken. Met name wilde u de uitkomst afwachten van een op advies van de gezondheidsraad ingesteld onderzoek (Zwitsers-onderzoek) speciaal met betrekking tot de effecten van UMTS-signalen.
De uitkomsten van dit Zwitserse onderzoek dat is uitgevoerd overeenkomstig de aanbevelingen van de Nederlandse Gezondheidsraad zijn inmiddels al weer geruime tijd bekend en door de staatssecretaris ter kennis gebracht van de tweede kamer. Bij dit onderzoek dat geheel conform de gangbare wetenschappelijke standaarden is uitgevoerd, zijn geen effecten gevonden van blootstelling aan UMTS-velden op de onderzochte gezondheidsaspecten. Na uitvoerige statistische analyse van de onderzoeksgegevens blijken in die gegevens geen aanwijzingen te zijn dat de UMTS-velden effecten hebben op welbevinden of cognitieve functies.
Met de overige gemeenten in het Gewest Gooi en Vechtstreek is uitgebreid gesproken over het de plaatsing van GSM/UMTS masten. De conclusie is dat hieruit geen gemeenschappelijke beleidslijn is te distilleren. Wel is gebleken dat alle buurgemeenten met dezelfde terughoudendheid omgaan met de plaatsing van vergunningplichtige zendmasten. De voorwaarden met betrekking tot de plaatsing van zendmasten in de buurgemeenten zijn over het algemeen wel eensluidend. Per verzoek tot plaatsing zullen de adviezen en gevoelens van de Welstand commissie nadrukkelijk worden betrokken.
Verder in deze beleidsnota zijn de aspecten voor plaatsing van masten in de gemeente Blaricum uitvoerig beschreven. Van uit dat oogpunt is het belangrijk dat er beleid wordt gevormd over de plaatsing van zendmasten. Bij het niet vaststellen van beleid in deze wordt het al dan niet plaatsen en/ of weigeren van een zendmast lastig door de onduidelijkheid van beleid in deze. Met andere woorden geen beleid is ook beleid, maar zonder dat u kunt sturen.
Mobiel bellen is tegenwoordig niet meer weg te denken uit onze samenleving. Het plaatsen van zend- en ontvangstinstallaties en het meewerken aan een landelijk dekkend netwerk van installaties is daarmee noodzakelijk. Wij vinden het van belang hier terughoudend mee om te blijven gaan en dat de antenne-installaties op een stedenbouwkundig en maatschappelijk verantwoorde wijze worden ingepast. Om tot een stedenbouwkundige en maatschappelijk verantwoorde inpassing van antenne-installaties te komen, worden in deze nota richtlijnen voorgesteld voor de toelaatbaarheid van de installaties.
In dit beleidsstuk worden de uitgangspunten geformuleerd voor plaatsing van antenne-installaties, waarbij de kwaliteit en kleinschalige karakter van onze gemeente in samenhang wordt gezien met de beleidsvrijheid die we als gemeentebestuur hebben. Voorkomen moet worden dat door plaatsing van antennemasten een woud aan antennes ontstaat waardoor horizonvervuiling, aantasting van het woongenot en de kwaliteit van de woonomgeving ontstaat.
Op grond van het beleid zoals geformuleerd in de Nota Nationaal Antennebeleid zijn met het inwerkingtreden van de nieuwe Woningwet antenne-installaties tot en met 5 meter hoog vergunningvrij geworden. Voor deze in te toekomst vergunningvrije antenne-installaties kunnen gemeenten alleen nog nadere regels stellen omtrent de inpassing van antenne-installaties in de omgeving. Hierdoor worden de gemeenten in de gelegenheid gesteld om in aansluiting op het lokale welstandsbeleid en de lokale situatie en wensen objectieve eisen te formuleren in de vorm van zogenaamde loketcriteria inzake de techniekkast, bekabeling en situering van de antennedrager en gevelantennes. Bij het formuleren van het onderhavige beleid voor antenne-installaties zal zoveel mogelijk aansluiting worden gezocht bij de toekomstige wetgeving en beleidsmogelijkheden, zodat de huidige vergunningaanvragen zoveel mogelijk in hetzelfde kader worden behandeld als in de toekomstige situatie. Dit houdt in dat voor antenne-installaties tot en met 5 meter hoogte indien nodig alleen nadere voorwaarden zullen worden gesteld inzake de techniekkast, bekabeling en situering van de antenne(drager) en gevelantennes.
De RDR geeft aan dat bij plaatsing van antennes centraal op het (platte) dak van een gebouw bij een maximum masthoogte van 5 meter en een minimale verticale afstand tussen het dak en de antenne van 2 meter, het dakvlak maximaal 30 meter breed kan zijn, zonder dat er storing optreedt door schaduwwerking. In een mast van 5 meter hoog kunnen in principe twee antenne-installaties van twee verschillende operators worden geplaatst. De kans op onderlinge storing is het geringst wanneer antennes van verschillend operators boven elkaar worden geplaatst. Wanneer ze in twee of meer masten worden geplaatst zal er een afstand van 2 tot 18 meter moeten worden aangehouden om storing te vermijden. Deze afstand is afhankelijk van de richting en de versterking van de antenne en de gebruikte frequentieband (900 MHz of 1800 MHz).