Met betrekking tot het bouwen van antennemasten gelden, naast de algemene richtlijnen, de volgende specifieke richtlijnen:
1. Bij voorkeur dient realisatie in de vorm van een solitaire mast plaats te hebben;
2. Plaatsing van antennemasten is toegestaan op niet-woongebouwen van 15 meter of hoger. Voorwaarde hierbij is dat uit een voldoende onderbouwde motivering is gebleken dat de locatie essentieel is voor een goed functionerend en dekkend netwerk waarbij plaatsing van een solitaire mast geen enkel alternatief is. Bijbehorende schakelkasten dienen uit het zicht te worden geplaatst.
3. Plaatsing van antennemasten op niet-woongebouwen lager dan 15 meter en woongebouwen, is niet toegestaan.
4. Plaatsing van solitaire masten is uitsluitend toegestaan op niet-open locaties.
5. Bij plaatsing van een solitaire mast bedraagt de maximale masthoogte boven maaiveld 40 meter.
6. Bij plaatsing op niet-woongebouwen bedraagt de maximale toegestane masthoogte 7 meter. Voor zover mogelijk dient plaatsing van installaties centraal op het dak plaats te vinden.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1
Stedelijk gebied en landelijk gebied
Onderdeel van Beleidsnota Antenne-installaties/UMTS