Camouflage:
Bij plaatsing op gebouwen dienen de antenne en kabels, indien constructief mogelijk, door camouflage aan het zicht te worden onttrokken zoals speciale dakmasten, omkokering in de vorm van schoorstenen, dakranden en dergelijke.
Blijvend groen:
De apparaatruimten (techniekkasten) dienen bij plaatsing op het maaiveld door blijvend groen te worden onttrokken aan het zicht of onder maaiveld te worden geplaatst (middels plaatsing van een apparatuur kelder).
Monument:
Plaatsing van een antenne-installatie mag in het beeld en silhouet van het monument geen aantasting van betekenis tot gevolg hebben. Fysieke aantasting dient tot het uiterste minimum beperkt te blijven en in oorspronkelijke staat hersteld te kunnen worden.
Montage:
Antennepanelen en rondstraalantennes dienen zonder frame zo kort mogelijk op de mast te worden gemonteerd .
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.5
Aanvullende richtlijnen
Onderdeel van Beleidsnota Antenne-installaties/UMTS