Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 25

De aflossing van leenbijstand

Onderdeel van Beleidsregel Bijzondere Bijstand 2011

1. Bij de vaststelling van de maandelijkse termijnen waarin de leenbijstand wordt afgelost wordt als uitgangspunt gehanteerd dat belanghebbende 6% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm besteedt aan de aflossing van de lening. Inhoudingen die ten behoeve van cliënt worden gedaan, worden niet bij de vaststelling van deze norm in aanmerking genomen. 2. Een eenmaal vastgestelde maandelijkse termijn wijzigt indien de leefomstandigheden wijzigen, waardoor de belanghebbende gaat behoren tot een andere categorie zoals bedoeld in de artikelen 20, 21, 22, 23 en 24 WWB. 3. De aflossing op een noodzakelijk geachte lening vindt maximaal gedurende 36 maanden plaats. 4. Indien er 36 maanden correct is voldaan aan de aflossingsverplichting en er resteert nog leenbijstand dan wordt dit restant omgezet naar bijstand om niet. 5. Bij beëindiging van de uitkering binnen 36 maanden wordt de aflossingscapaciteit opnieuw vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel