**1.** In het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de zittingsduur als bedoeld in artikel 3, lid 1 van de Seniorenraad eindigt, of zoveel eerder als de Seniorenraad dit nodig oordeelt, evalueert de Seniorenraad zijn werkzaamheden op effectiviteit en efficiency. Aan de hand van de uitkomsten verbetert de Seniorenraad zonodig de eigen werkwijze en doet desgewenst voorstellen tot eventuele aanpassingenvan deze verordening.Deze evaluatie zal voor het eerst plaatsvinden in het jaar 2009.
**2.** De Seniorenraad rapporteert de resultaten van de in het vorige lid bedoelde evaluatie schriftelijk aan het college van burgemeester en wethouders, met kennisgeving aan de gemeenteraad.