In principe dient er bij fraude vanaf € 10.000,00 (brutobedrag inclusief de af te dragen of afgedragen loonheffing en premies en geldend per 1 januari 2010) aangifte te worden gedaan bij het Openbaar Ministerie (OM) en dient er een proces-verbaal opgemaakt te worden. Als het OM een zaak in termen van strafrechtelijke bewijsbaarheid niet accepteert, bijvoorbeeld omdat er vormfouten zijn gemaakt, of dit nadeel becijfert op minder dan € 10.000,00, wordt de gemeente geïnformeerd en zal er alsnog een maatregel opgelegd dienen te worden.
Indien er ter zake van hetzelfde feit een strafvervolging is ingesteld, wordt het opleggen van de maatregel opgeschort zolang het OM de gedraging onderzoekt. Indien er strafvervolging is ingesteld die zover is gevorderd dat het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen dan wel er een schikking heeft plaatsgevonden op grond van art. 74 Sr, blijft de maatregel definitief achterwege.
N.B. Voor de toepassing van het Bbz wordt verwezen naar de algemene toelichting onder de kop “relatie met het Bbz”.
Hoofdstuk 3:
Artikel 12:
Overige bepalingen schending inlichtingenplicht
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand 2011