Naar hoofdinhoud
1.. Alvorens een advies uit te brengen stelt de commissie de klager, de aangeklaagde en de informant in de gelegenheid om te worden gehoord. De commissie kan het horen opdragen aan de voorzitter of een ander lid van de commissie. 2.. Van het horen kan worden afgezien indien de klacht kennelijk ongegrond is dan wel indien de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord. 3.. De commissie zendt tijdig voorafgaand aan de hoorzitting aan de aangeklaagde - en voor zover nodig aan klager en informant - een afschrift van de klacht en van andere stukken die op de klacht betrekking hebben. 4.. De commissie hoort de klager en de aangeklaagde in beginsel buiten elkaars aanwezigheid. De commissie stelt klager en aangeklaagde in de gelegenheid van elkaars zienswijze kennis te nemen en daarop te reageren. 5.. De klager en aangeklaagde kunnen zich ter zitting laten bijstaan door een (raads)persoon. 6.. De commissie is bevoegd om getuigen, andere betrokkenen en deskundigen schriftelijk of mondeling te raadplegen. 7.. De zittingen van de commissie zijn niet openbaar. 8.. Van het horen wordt een verslag gemaakt. 9.. De zittingen vinden zoveel mogelijk plaats op een voor partijen goed bereikbare locatie.

Rechtspraak bij dit artikel