Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 4

Ontheffingvoorschriften

Onderdeel van Beleidsregels ontheffing detectorverbod gemeente Overbetuwe

1. Het college hanteert bij een ontheffing voor een vereniging als bedoeld in artikel 2 onder a. in ieder geval de volgende voorschriften in de ontheffing: a. Leden van <naam> dienen ten tijde van het gebruik maken van deze ontheffing: - op verzoek van een toezichthouder zich als lid van <naam> te kunnen identificeren; - een kopie van deze ontheffing te kunnen tonen; - te werken binnen het kader en de regels zoals vastgelegd in de statuten en het huishoudelijk reglement van <naam>; - een logboek, conform het model-ROB, bij te houden met daarin vermeld de gedane vondsten; - zich in gezelschap van minimaal één ander verenigingslid te bevinden, tenzij dwingende omstandigheden zich hiertegen verzetten; - bij ontdekking van vondsten waarvan de vinder redelijkerwijs het vermoeden kan hebben dat de vondst archeologische waarde heeft, deze vondst te melden bij de burgemeester en de ROB; - bij ontdekking van gevaarlijke stoffen de zoekwerkzaamheden te staken en de ontdekking direct te melden bij de politie; - aanwijzingen en/of bevelen van de toezichthouder of politie stipt en onmiddellijk op te volgen; - de redelijkerwijs mogelijke maatregelen te nemen teneinde te voorkomen dat de gemeente ten gevolge van het gebruikmaken van deze ontheffing schade lijdt. b. Het bestuur van <naam> is ten tijde van deze ontheffingverlening gehouden: - toe te zien op de naleving van de in deze ontheffing genoemde voorschriften; - een kopie van deze ontheffing aan ieder lid te overhandigen; - de redelijkerwijs mogelijke maatregelen te nemen teneinde te voorkomen, dat de gemeente ten gevolge van het gebruikmaken van deze ontheffing schade lijdt; - te bepalen welke leden gebruik maken van de verleende ontheffing. c. Gebruik van deze ontheffing is niet toegestaan voor het gericht zoeken naar metalen onder de bouwvoor, of voor het zoeken naar voorwerpen bij beschermde monumenten, tenzij dit gebeurd met toestemming en onder verantwoordelijkheid van de instantie die bevoegd is tot het doen van opgravingen op grond van de Monumentenwet dan wel beschikt over een vergunning op grond van de Monumentenverordening Overbetuwe 2001. d. Bepalingen voorkomende in de Monumentenverordening Overbetuwe 2001, de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Overbetuwe en de Monumentenwet voor zover deze op het gebruikmaken van deze ontheffing van toepassing zijn, moeten stipt in acht worden genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel