**1.** Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet heeft geleid tot het ten onrechte toekennen of uitvoeren van het werkleeraanbod of tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de inkomensvoorziening, wordt de maatregel afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
**2.** De maatregel bedoeld in het eerste lid wordt op de volgende wijze vastgesteld:
bij een benadelingsbedrag tot € 1000,-: 10 procent van de WIJ-norm gedurende een maand
bij een benadelingsbedrag van € 1000,- tot € 2000,-: 10 procent van de WIJ-norm gedurende 2 maand
bij een benadelingsbedrag van € 2000,- tot € 4000,-: 100 procent van de WIJ-norm gedurende 3 maand
bij een benadelingsbedrag van € 4000,- of meer: 10 procent van de WIJ-norm gedurende 4 maand
**3.** De duur van de maatregel wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel wordt opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.
**4.** Van een maatregel wordt afgezien:
zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen;
zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3
Artikel 26
Schending inlichtingenplicht met benadeling gemeente
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand en Wet investering in jongeren