De voorzitter bepaalt de plaats en het tijdstip van de hoorzitting, waarin bezwaarmaker en het college in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.
De hoorzitting is niet openbaar.
De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3, 7:4 zesde en achtste lid en artikel 7:6, vierde lid van de wet.
Indien de voorzitter op grond van het derde lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan bezwaarmaker en het college.
De voorzitter nodigt belanghebbenden en het college tenminste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.
Artikel 8
Hoorzitting
Onderdeel van REGLEMENT BEZWAARSCHRIFTEN PERSONEEL EN ORGANISATIE HELMOND 2011