Het verzoek ter plaatsing van een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de vergadering van deraad wordt schriftelijk ingediend bij de burgemeester.
Het verzoek bevat ten minste:
een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatiefvoorstel;
een toelichting op het burgerinitiatiefvoorstel;
de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de verzoeker en zijn plaatsvervanger;
ter ondersteuning van het verzoek: de schriftelijke handtekening van minimaal 50 initiatiefgerechtigden. Vorenbedoelde handtekening is pas geldig als naast de handtekening tevens de naam, het adres en de geboortedatum van de ondersteuner worden vermeld.
De voorzitter van de raad bevestigt de ontvangst van een burgerinitiatief schriftelijk aan de indiener van het initiatief.
Indien een burgerinitiatief niet voldoet aan de eisen bedoeld in lid 2 van dit artikel, dan stelt de voorzitter van de raad de indiener van het verzoek gedurende een termijn van ten hoogste vier weken in de gelegenheid om de vastgestelde gebreken te herstellen.
Indien de vastgestelde gebreken niet binnen de daartoe in van lid 4 van dit artikel gestelde termijnworden hersteld, dan is het burgerinitiatief niet-ontvankelijk.
Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van het in bijlage 2 van deze verordening opgenomen model.