Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Inspraakprocedure

Onderdeel van Inspraakverordening

1.. Het bestuursorgaan legt de stukken die betrekking hebben op het beleidsvoornemen en die redelijkerwijs nodig zijn voor de beoordeling daarvan voor een periode van zes weken ter inzage. 2.. Voorafgaand aan de terinzagelegging geeft het bestuursorgaan in een of meer dag -, nieuws -, of huis – aan – huisbladen, langs elektronische weg of op een andere geschikte wijze kennis van het beleidsvoornemen. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud. 3.. In de kennisgeving wordt vermeld: waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen; wie in de gelegenheid wordt gesteld om een inspraakreactie te geven; op welke wijze dit kan geschieden. 4.. Inspraakgerechtigden kunnen bij het bestuursorgaan binnen de periode genoemd in lid 1 naar keuze schriftelijk of mondeling hun inspraakreactie over het beleidsvoornemen geven. 5.. De periode waarbinnen een inspraakreactie kan worden gegeven, vangt aan met ingang van de dag waarop de stukken die betrekking hebben op het beleidsvoornemen ter inzage zijn gelegd. 6.. Van een mondelinge inspraakreactie wordt een verslag gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel