1. Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd – verleend krachtens verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven van kracht voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of in getrokken.
2. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens verordeningen bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, blijven – indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en bepalingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover niet ingetrokken - na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.
3. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Woerden 2007, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening Woerden 2011 nog niet is beslist, wordt op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Woerden 2007 beslist.
4. Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor de inwerkingtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening is binnengekomen, wordt beslist met de toepassing van de Algemene Plaatselijke Verordening Woerden 2007.
5. De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 6.4, tweede lid, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels, beleidsregels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.
Hoofdstuk 6
Artikel 6:5
Overgangsbepaling
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Woerden 2011