De ambtenaar voert zo vaak als hij dit voor het uitoefenen van zijn taak nodig acht overleg met:
de Raad voor de Kinderbescherming;
Openbaar Ministerie/Officier van Justitie;
de Arbeidsinspectie;
de inspecteur van het onderwijs;
directeuren/rectoren van scholen, schooldekanen, leerling-
begeleidingsteams;
jeugdartsen van de Gewestelijke Gezondheidsdienst (GGD);
schoolpsychologen van de Schoolbegeleidingsdienst (SBD);
bureau Vertrouwensartsen;
politie;
Jeugdreclassering;
buro Halt;
Stichting Jeugdzorg;
Jongerensteunpunt (JSP);
Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW);
Stedelijk Instituut Welzijn (SIW);
Adviesbureau voor Opleiding en Beroep (OAB);
Regionaal Bureau Onderwijszaken (RBO);
Regionaal Instituut Ambulante en Geestelijke Gezondheidszorg
(Riagg);
de consulenten van het OWWZ;
de aangewezen kerngemeenten in het kader van de RMC-funktie;
de scholingsvormen waar jongeren in het kader van het behalen van de startkwalificatie of het toeleiden naar eenarbeidsmarktgerichte leerweg aan kunnen deelnemen (vervangende leerplicht);
het samenwerkingsverband vo/vso (hulpstructuur - arbeidsmarktgerichte leerweg - Regionale Commissie Leerlingenzorg).
Artikel 8
Aanwijzing van diensten en instellingen
Onderdeel van Instructie voor de leerplichtambtenaar