Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Huisvestingsverordening Alblasserwaard-Vijfheerenlanden gemeente Gorinchem 2011

1. Besluit: het Huisvestingsbesluit. 2. Burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gorinchem. 3. Doorstromer: een woningzoekende die als hoofdhuurder daadwerkelijk en rechtmatig in de regio een zelfstandige huurwoning bewoont en na verhuizing leeg achterlaat. De maandhuur mag bij inschrijving niet meer bedragen dan de maximale huurprijsgrens als bedoeld in artikel 1.1, lid 11. 4. Economische binding: de binding van een persoon aan de regio, daarin gelegen dat die persoon, met het oog op de voorziening in het bestaan, een redelijk belang heeft zich in de regio te vestigen, met dien verstande dat een economische binding in elk geval wordt aangenomen ten aanzien van die personen die voor de voorziening in het bestaan zijn aangewezen op het duurzaam verrichten van arbeid binnen of vanuit een van de gemeenten in de regio. 5. Eigen toegang: Elke deur die direct toegang geeft tot de woning bereikbaar via de straatzijde dan wel vanuit een gemeenschappelijke verkeersruimte en die voorzien is van een van gemeentewege verleend huisnummer. 6. Eigenaar: degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van een woonruimte of een gebouw. 7. Gemeente: gemeente Gorinchem. 8. Huishouden: een alleenstaande, of twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren. 9. Huisvestingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Wet. 10. Huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand, dan wel, indien het betreft een woonwagenstandplaats waarvoor een belastingverordening van toepassing is, het bedrag dat is verschuldigd voor het innemen van die standplaats, uitgedrukt in een bedrag per maand. 11. Huurprijsgrens: het bedrag dat wordt genoemd in artikel 13, eerste lid onder a, van de Wet op de huurtoeslag. 12. Ingezetene: degene die in de Gemeentelijke Basisadministratie van één van de gemeenten in de regio is opgenomen en daar tenminste zes maanden feitelijk hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte. 13. Inkomen: het rekeninkomen zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de huurtoeslag. 14. Inwoning: het bewonen van een woonruimte welke deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen. 15. Kamer: elke afzonderlijke ruimte in een woning geschikt voor woon- en slaapruimte met een oppervlakte van tenminste 5 m2. 16. Maatschappelijke binding: de binding van een persoon aan de regio, daarin gelegen dat die persoon een redelijk met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in dit gebied te vestigen, met dien verstande dat een maatschappelijke binding in elk geval wordt aangenomen ten aanzien van: - personen die tenminste drie jaar onafgebroken ingezetenen zijn in een of meer van de gemeenten in de regio, dan wel gedurende de voorgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetenen zijn geweest van een of meer van de gemeenten in de regio; - personen die een dagopleiding volgen gedurende tenminste negentien uur per week aan een, in een van de regiogemeenten gevestigde en erkende instelling voor dagonderwijs. 17. Onttrekkingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 30 van de Wet. 18. Regio, de gemeenten: Giessenlanden, Gorinchem, Graafstroom, Hardinxveld-Giessendam, Leerdam, Liesveld, Nieuw-Lekkerland en Zederik. 19. Rekenhuur: de rekenhuur zoals is bedoeld in artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag. 20. Standplaats: een standplaats zoals benoemd in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wet. 21. Starter: een woningzoekende die op de dag dat een huurwoningaanbod wordt gepubliceerd geen zelfstandige woonruimte bewoont die hij of zij achterlaat voor verkoop of verhuur en die ook nooit heeft gehad. 22. Splitsingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 33 van de Wet. 23. Toewijzingssysteem: het selecteren van een kandidaat voor ter verdeling beschikbare woonruimte via bemiddeling. 24. Wet: de Huisvestingswet. 25. Woningruil: het door twee of meer huishoudens wederkerig in gebruik nemen van elkaars zelfstandige woonruimte met het oogmerk van daadwerkelijke permanente bewoning. 26. Woningtypen: - beschermd wonen: woon- en verblijfsvormen met 24-uurs nabije zorg en bescherming (inclusief toezicht). Bewoners komen uitsluitend in aanmerking voor deze woonvorm op grond van een AWBZ-indicatie zorg en verblijf. Het gaat hier om intramurale woonvormen in verpleeghuizen en in verzorgingshuizen, maar ook in kleinschalige vormen van groepswonen, zoals kleinschalige woonprojecten voor dementerende ouderen of gehandicapten. - verzorgd/beschut wonen: zelfstandige woningen in een complex, waar zorg- en welzijnsvoorzieningen in het complexe of in de directe nabijheid aanwezig zijn en zorg 24 uur per dag op afroep beschikbaar is. - toegankelijk wonen/geschikt wonen: geschikte / toegankelijke woningen zijn woningen die geschikt zijn voor en waar nodig met voorrang worden toegewezen aan ouderen of mensen met een beperking. De woningen zijn gelijkvloers en rolstoeltoegankelijk en (gedeeltelijk) rolstoeldoorgankelijk. Er is geen intensieve verpleging of verzorging mogelijk. Onder dit begrip vallen ook de volgende woningen: levensloopbestendige woning, woningen volgens WoonKeur en seniorenwoningen. - wisselwoningen: woningen die ten behoeve van tijdelijke bewoning worden aangeboden voor personen die door ingrijpende verbetering of sloop/nieuwbouw de huidige woning moeten verlaten, maar na voltooiing van de werken kunnen terugkeren; - eengezinswoning; - bovenwoning; - benedenwoning; - maisonnette. - Voorziening Tijdelijk Wonen: woningen/woonhuis die in het kader van Maatschappelijke Opvang dan wel Vrouwenopvang voor een bepaalde tijd, onder voorwaarden (Wonen onder voorwaarden-instrument) bewoond worden - Zelfstandig wonen met begeleiding: woningen voor personen, die na verblijf in “bescherm wonen” of intramurale opvang zelfstandig gaan wonen met ambulante (woon)begeleiding. 27. Woningzoekende: degene die in het register als bedoeld in artikel 2.4.1 is ingeschreven. 28. Woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; onder het begrip woonruimte wordt mede begrepen een standplaats voor een woonwagen. 29. Woonwagen: zoals benoemd in artikel 1, eerste lid, onder f van de Wet. 30. Zelfstandige woonruimte: woonruimte met een eigen toegang, die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. 31. Zoekprofiel: een beschrijving van de woningtypen waarvoor een urgent woningzoekende met voorrang in aanmerking kan komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel