De aangevraagde voorzieningen waarmee in het jaar volgend op
het jaar van vaststelling van het programma een aanvang kan
worden gemaakt, komen, voor zover het college heeft
vastgesteld dat geen van de in de Wet op het primair
onderwijs, Wet op de expertisecentra en Wet op het
voortgezet onderwijs opgenomen weigeringsgronden van
toepassing is, in aanmerking voor plaatsing op het
programma. Daarbij past het college de regels toe met
betrekking tot:
de beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage
I;
de prognosecriteria als bedoeld in bijlage II;
de oppervlakte en indeling van schoolgebouwen als
bedoeld in bijlage III.
Van de voor plaatsing op het programma in aanmerking
komende voorzieningen neemt het college, aan de hand
van de urgentiecriteria als bedoeld in bijlage V,
uitsluitend voorzieningen op in het programma voor
zover het bedrag of de deelbedragen als bedoeld in
artikel 11, eerste lid, toereikend zijn.
Op voorstel van het overleg als bedoeld in artikel 10, kan
het college de raad verzoeken bij de vaststelling van het
programma af te mogen wijken van de urgentiecriteria als
bedoeld in bijlage V.
Ten aanzien van de in het programma opgenomen voorzieningen
wordt, voor zover van toepassing, door het college
aangegeven:
het genormeerde bedrag dat ingevolge bijlage IV,
deel A voor de betreffende voorziening beschikbaar
wordt gesteld;
het geraamde bedrag gemoeid met de uitvoering van de
voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid,
laatste volzin;
de voorwaarden betreffende ingebruikneming of
buitengebruikstelling van gebouwen of lokalen.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 12
Inhoud programma
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2011