Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5 › Paragraaf 5.1

Artikel 31

Nalaten vordering; volgorde van vorderen

Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2011

1.. Het college gaat niet over tot vordering ten behoeve van medegebruik indien het bevoegd gezag de leegstand van het gebouw waarin het beoogde medegebruik dient plaats te vinden in gebruik heeft gegeven aan een andere school of scholen ten behoeve van het onderwijs aan die school of scholen. 2.. Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing indien het gebruik van die andere school of scholen kan plaatsvinden in de aan die scholen reeds ter beschikking staande huisvestingscapaciteit. 3.. Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet wordt: als eerste de leegstand gevorderd in het gebouw dat in gebruik is bij een school van hetzelfde bevoegd gezag, tenzij uit oogpunt van doelmatigheid het vorderen van leegstand in een ander gebouw een betere oplossing biedt; vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw waarin een school van dezelfde richting is gehuisvest en vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat het dichtst gelegen is bij het hoofdgebouw van de school ten behoeve waarvan de vordering plaatsvindt. 4.. Het college verwijst niet naar leegstand: in gebouwen van scholen gelegen in een andere wijk. Voor toepassing van het in de eerste volzin genoemde is het grondgebied van de Gemeente Den Helder opgedeeld in de navolgende wijken: 1. Binnen de Linie (postcodegebieden 1781 en 1782); 2. Nieuw Den Helder (postcodegebieden 1783 en 1784); 3. De Schooten (postcodegebied 1785) en 4. Julianadorp (postcodegebieden 1786, 1787 en 1788). voor een school voor basisonderwijs indien de school voor basisonderwijs al gehuisvest is in twee locaties, waarvan één locatie niet gelegen is op het eigen terrein van de hoofdlocatie. voor een speciale school voor basisonderwijs of voor een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs indien de tweede locatie is gelegen buiten het eigen terrein van de hoofdlocatie. 5.. Het college kan, indien de bij de vordering betrokken bevoegde gezagsorganen daarmee instemmen, in een individueel geval van de in het derde lid opgenomen volgorde afwijken.

Rechtspraak bij dit artikel