Het college verleent aan de ambtenaar buitengewoon
verlof met behoud van het genot van bezoldiging bij overlijden van echtgenoot
of geregistreerd partner, ouders, pleegouders, stiefouders, schoonouders,
kinderen, pleegkinderen, stief- en aangehuwde kinderen: vier werkdagen;
van bloed- en aanverwanten in de tweede graad: twee werkdagen tenzij de
ambtenaar is belast met de regeling der begrafenis of (en) nalatenschap,
in welk geval verlof voor ten hoogste vier werkdagen wordt verleend. Dit
verlof dient binnen een periode van zeven kalenderdagen te worden opgenomen.