Lid 1
Indien de ambtenaar lid is van een organisatie, als bedoeld in artikel
1:4:2, lid 2 onder b, kan hij zich bij het voordragen van zijn belangen
doen bijstaan door een door die organisatie aangewezen persoon.
Lid 2
De ambtenaar heeft het recht zijn belangen te doen voordragen bij het hoofd
van dienst en bij het tot aanstelling bevoegd gezag door een door de in
het vorige lid bedoelde organisatie aangewezen persoon alleen.