Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de ondersteuningsvrager zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in
de woonruimte waaraan deze voorziening wordt getroffen.
In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een woonvoorziening getroffen worden voor het bezoekbaar
maken van één woonruimte indien de ondersteuningsvrager zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ-instelling.
De aanvraag voor het bezoekbaar maken wordt ingediend in de gemeente waar de aan te passen woning staat.
De woonvoorziening betreft slechts het bezoekbaar maken van de in het tweede lid bedoelde woonruimte met een door het college in het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning vast te leggen maximumbedrag.
Onder bezoekbaar maken van de woonruimte wordt uitsluitend verstaan dat voor de ondersteuningsvrager de toegankelijkheid van de woning, de woonkamer en een toilet is te bereiken en te gebruiken.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.8
Hoofdverblijf of tweede verblijf
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2011