**1..** In de gevallen bedoeld in artikel 4:41 tweede lid van de Awb, is de subsidieontvanger aan het college een vergoeding van de vermogenswaarden verschuldigd.
**2..** Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat, ingeval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken, wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidie-ontvanger wordt ontvangen.
**3..** Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijke deskundige.
**4..** Door de subsidie-ontvanger dient in beginsel dat deel van het gevormde vermogen vergoed te worden, dat overeenkomt met het deel dat de subsidie uitmaakte van de totale inkomsten van de subsidie-ontvanger in de laatste vijf jaren waarin subsidie werd verleend.
HOOFDSTUK 8.
Artikel 19.
Vergoeding voor vermogensvorming
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Zoetermeer 2011