Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.6

Uitbetaling financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget

Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2011

a. Na de voltooiing van de werkzaamheden in het kader van een voorziening, als bedoeld in artikel 3.1, onder b en g van de verordening, maar uiterlijk binnen 15 maanden na het verlenen van de financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget, verklaart de woningeigenaar aan burgemeester en wethouders dat de werkzaamheden zijn voltooid. De gereedmelding als bedoeld onder 1.a. van dit artikel gaat vergezeld van een verklaring dat bij het treffen van voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden waaronder de financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget is verleend. De gereedmelding is tevens een verzoek om definitieve vaststelling en uitbetaling van de financiële tegemoetkoming. De uitbetaling van de financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget in de kosten van een woningaanpassing vindt bruto plaats. De inning van het eigen aandeel en/of de eigen bijdrage wordt achteraf verricht door het CAK. a. De tegemoetkoming in de kosten voor de voorzieningen genoemd in het artikel 3.1 onder b, d, f en g van de verordening, kan worden uitbetaald aan de eigenaar van de woonruimte of kan worden uitbetaald aan de aannemer, die de woningaanpassing heeft gerealiseerd. Degene aan wie de financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget voor een voorziening als bedoeld in artikel 3.1 onder b en g, van de verordening wordt uitbetaald, dient gedurende een periode van vijf jaar alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar te houden. De financiële tegemoetkoming in de kosten, genoemd in artikel 3.1 onder a, c en e van de verordening wordt in principe aan de hoofdbewoner van de woonruimte of de leverancier van de verleende diensten uitbetaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel