**1..** Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning
intrekken, indien:
de vergunninghouder de in de vergunning vermelde
woonruimte niet binnen de door burgemeester en
wethouders bij de verlening van de vergunning gestelde
termijn in gebruik heeft genomen;
de vergunning is verleend op grond van door de
vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan deze wist
of redelijkerwijs kon vermoeden, dat zij onjuist of
onvolledig waren;
de vergunninghouder in strijd handelt met het bepaalde
bij of krachtens deze verordening, de vergunning en de
daaraan verbonden voorschriften.
**2..** De huisvestingsvergunning houdt op van kracht te zijn:
indien niet binnen twee weken na afgifte van de
vergunning een koopcontract voor de standplaats is
ondertekend door de vergunninghouder;
zodra de aan de vergunninghouder verleende "vergunning
tot het bewonen van een woonwagen" is ingetrokken;
één maand nadat de vergunninghouder schriftelijk te
kennen heeft gegeven van de vergunning geen gebruik meer
te willen maken;
onmiddellijk nadat het koopcontract genoemd in lid 2 sub
a voor de standplaats is ontbonden.
HOOFDSTUK 2: › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.5
Intrekking of vervallen van de huisvestingsvergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Den Helder 2011