Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2: › Paragraaf 2.3

Artikel 2.3.5

Intrekking of vervallen van de huisvestingsvergunning

Onderdeel van Huisvestingsverordening Den Helder 2011

1.. Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien: de vergunninghouder de in de vergunning vermelde woonruimte niet binnen de door burgemeester en wethouders bij de verlening van de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen; de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden, dat zij onjuist of onvolledig waren; de vergunninghouder in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens deze verordening, de vergunning en de daaraan verbonden voorschriften. 2.. De huisvestingsvergunning houdt op van kracht te zijn: indien niet binnen twee weken na afgifte van de vergunning een koopcontract voor de standplaats is ondertekend door de vergunninghouder; zodra de aan de vergunninghouder verleende "vergunning tot het bewonen van een woonwagen" is ingetrokken; één maand nadat de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven van de vergunning geen gebruik meer te willen maken; onmiddellijk nadat het koopcontract genoemd in lid 2 sub a voor de standplaats is ontbonden.

Rechtspraak bij dit artikel