Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.4

Criteria voor vergunningverlening

Onderdeel van Huisvestingsverordening Den Helder 2011

1.. Burgemeester en wethouders verlenen de onttrekkingsvergunning, indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende belang groter is dan het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad. 2.. Indien de aanvraag betrekking heeft op samenvoeging of omzetting van woonruimte wordt de onttrekkingsvergunning in ieder geval verleend, indien: bij samenvoeging de vergunningaanvrager eigenaar-bewoner is en de bestemming tot bewoning gehandhaafd blijft, of de aanvraag geschiedt door een verhuurder/beheerder ten behoeve van een te krap wonend huishouden. 3.. Indien burgemeester en wethouders hebben vastgesteld, dat zowel het belang van de aanvrager als het belang van de volkshuisvesting zwaar wegen, of dat het belang van de aanvrager niet opweegt tegen het belang van de volkshuisvesting, wordt de onttrekkingsvergunning verleend, indien aan door burgemeester en wethouders gestelde voorwaarden en voorschriften is voldaan. 4.. Indien de aanvraag betrekking heeft op de omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte wordt de onttrekkingsvergunning niet verleend, indien de aanvraag ziet op een gebied waarop het Aanwijzingsgebied onttrekkingsvergunning van toepassing is en er door de aanvraag niet (meer) wordt voldaan aan het (eventueel) genoemde percentage vanuit het Aanwijzingsgebied.

Rechtspraak bij dit artikel