**1..** Burgemeester en wethouders weigeren een splitsingsvergunning,
indien:
het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de
vergunningaanvraag betrekking heeft, één of meer
woonruimten bevat die verhuurd worden of die laatstelijk
verhuurd zijn geweest, dan wel, indien het gebouw of het
gedeelte van een gebouw, voorzover dit geheel of
gedeeltelijk verhuurd is geweest voor bewoning, in
strijd met de voorschriften van een bestemmingsplan als
bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht of met enig wettelijk
voorschrift, geheel of gedeeltelijk voor een ander doel
dan voor bewoning in gebruik genomen;
de aanvrager niet kan waarborgen, dat de woonruimte of
de woonruimten na de voorgenomen splitsing bestemd
blijft of blijven, c.q. de voormalige woonruimte of
woonruimten na de voorgenomen splitsing opnieuw zullen
worden bestemd voor verhuur ter bewoning, en;
het belang dat de vergunningaanvrager bij splitsing
heeft niet opweegt tegen het belang van het behoud van
de woonruimtevoorraad, voorzover die voor de verhuur
bestemd is. Hierbij wordt mede de ligging en de te
verwachten vraag naar de in het betreffende gebouw of
een gedeelte van het gebouw opgenomen woonruimten
betrokken.
**2..** Burgemeester en wethouders weigeren eveneens een
splitsingsvergunning, indien:
voor het gebied waarin het gebouw waarop de
vergunningaanvraag betrekking heeft is gelegen, een
bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet
ruimtelijke ordening dan wel een ontwerp voor zodanig
plan, of voor een herziening daarvan in procedure
is;
het ontwerp voor dat plan, dan wel voor de herziening
daarvan ter inzage is gelegd voordat de aanvraag van de
splitsingsvergunning is ingediend, dan wel, indien de
aanvraag krachtens artikel 3.2.5 is aangehouden, voordat
die aanhouding is geëindigd;
de voorgenomen splitsing naar het oordeel van
burgemeester en wethouders nadelige gevolgen heeft voor
de met het plan nagestreefde of na te streven doelen,
en;
het belang van de vergunningaanvrager bij de splitsing
heeft, niet opweegt tegen het belang van het voorkomen
van belemmering van de stadsvernieuwing.
**3..** Burgemeester en wethouders weigeren tenslotte een
splitsingsvergunning, indien:
de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag
betrekking heeft zich uit oogpunt van indeling of staat
van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing verzet,
en;
de desbetreffende gebreken niet door het treffen van
voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen
worden opgeheven, dan wel onvoldoende is verzekerd dat
die gebreken zullen worden opgeheven.
**4..** Van gebreken als bedoeld in het vorige lid is in ieder geval
sprake indien:
burgemeester en wethouders ingevolge de artikelen 13 tot
en met 18 van de Woningwet een aanschrijving hebben
gedaan en deze aanschrijving nog niet is
uitgevoerd;
het gebouw, waarop de aanvraag om een
splitsingsvergunning betrekking heeft, één of meer
woonruimten bevat, die ingevolge de artikel 17 van de
Woningwet onbewoonbaar zijn verklaard.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.4
Gronden tot weigering van een splitsingsvergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Den Helder 2011