Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.4

Gronden tot weigering van een splitsingsvergunning

Onderdeel van Huisvestingsverordening Den Helder 2011

1.. Burgemeester en wethouders weigeren een splitsingsvergunning, indien: het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, één of meer woonruimten bevat die verhuurd worden of die laatstelijk verhuurd zijn geweest, dan wel, indien het gebouw of het gedeelte van een gebouw, voorzover dit geheel of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor bewoning, in strijd met de voorschriften van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of met enig wettelijk voorschrift, geheel of gedeeltelijk voor een ander doel dan voor bewoning in gebruik genomen; de aanvrager niet kan waarborgen, dat de woonruimte of de woonruimten na de voorgenomen splitsing bestemd blijft of blijven, c.q. de voormalige woonruimte of woonruimten na de voorgenomen splitsing opnieuw zullen worden bestemd voor verhuur ter bewoning, en; het belang dat de vergunningaanvrager bij splitsing heeft niet opweegt tegen het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad, voorzover die voor de verhuur bestemd is. Hierbij wordt mede de ligging en de te verwachten vraag naar de in het betreffende gebouw of een gedeelte van het gebouw opgenomen woonruimten betrokken. 2.. Burgemeester en wethouders weigeren eveneens een splitsingsvergunning, indien: voor het gebied waarin het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft is gelegen, een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening dan wel een ontwerp voor zodanig plan, of voor een herziening daarvan in procedure is; het ontwerp voor dat plan, dan wel voor de herziening daarvan ter inzage is gelegd voordat de aanvraag van de splitsingsvergunning is ingediend, dan wel, indien de aanvraag krachtens artikel 3.2.5 is aangehouden, voordat die aanhouding is geëindigd; de voorgenomen splitsing naar het oordeel van burgemeester en wethouders nadelige gevolgen heeft voor de met het plan nagestreefde of na te streven doelen, en; het belang van de vergunningaanvrager bij de splitsing heeft, niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van belemmering van de stadsvernieuwing. 3.. Burgemeester en wethouders weigeren tenslotte een splitsingsvergunning, indien: de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft zich uit oogpunt van indeling of staat van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing verzet, en; de desbetreffende gebreken niet door het treffen van voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen worden opgeheven, dan wel onvoldoende is verzekerd dat die gebreken zullen worden opgeheven. 4.. Van gebreken als bedoeld in het vorige lid is in ieder geval sprake indien: burgemeester en wethouders ingevolge de artikelen 13 tot en met 18 van de Woningwet een aanschrijving hebben gedaan en deze aanschrijving nog niet is uitgevoerd; het gebouw, waarop de aanvraag om een splitsingsvergunning betrekking heeft, één of meer woonruimten bevat, die ingevolge de artikel 17 van de Woningwet onbewoonbaar zijn verklaard.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel