Indien de belanghebbende niet bereid blijkt de door de rechter vastgestelde bijdrage voor levensonderhoud te voldoen dan wordt die uitspraak ten uitvoer gelegd door middel van:
a. verrekening met de maandelijks verleende bijstand of inkomensvoorziening ingevolge de Wet werk en bijstand of de Wet investeren in jongeren, op grond van artikel 6:127 van het Burgerlijk Wetboek, danwel voor vorderingen vanaf 1 juli 2009, artikel 4:93 Awb en 62i WWB, of
b. bij het ontbreken van deze mogelijkheid een executoriaal beslag overeenkomstig de artikelen 479b tot en met 479g, behoudens artikel 479e lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.