Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.

Artikel 2:11

Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak. 3.. Het verbod geldt voorts niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur of de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren.

Rechtspraak bij dit artikel