Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Afdeling 8.

Artikel 2:28

Exploitatievergunning horecabedrijf

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening

1.. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.. De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 3.. In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid eveneens weigeren indien direct of indirect leidinggevende(n) van het horecabedrijf in enig opzicht van slecht levensgedrag is/zijn. 4.. De burgemeester weigert een vergunning voor een alcoholvrije inrichting als niet voldaan wordt aan het Besluit inrichtingseisen Drank- en Horecawet en het Besluit zedelijkheidseisen Drank- en Horecawet. 5.. Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgronden houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie. 6.. Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voorzover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit; 7.. Voor het horecabedrijf als bedoeld in het vijfde lid gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 8.. Voorts geldt het eerste lid niet voor: een horecabedrijf in zorginstellingen; een horecabedrijf in musea; een horeca-inrichting in scholen; een horeca-inrichting in bedrijfskantines.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel