Belastingplicht
Het recht wordt geheven van degene die de standplaats in gebruik heeft.
Als degene die de standplaats in gebruik heeft, wordt aangemerkt de hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
Artikel 4
Heffingsgrondslag en tarief
Het recht bedraagt per standplaats per maand voor de standplaatsen op de locatie:
Celsusstraat 100 € 105,98
Celsusstraat 102 € 105,98
Crutserveldweg 2 € 105,98
Crutserveldweg 16 € 105,98
Dudoklaan 22 € 105,98
Gerard Holtlaan 175 € 105,98
Gerard Holtlaan 179 € 105,98
Herculespad 1 € 104,09
Heerenweg 336A € 103,23
Heerenweg 336B € 103,23
Maasstraat 55 € 105,98
Winckelen 3 € 105,98
Wingerdweg 82 € 103,23
Wingerdweg 86 € 103,23
Wingerdweg 88 € 103,23
Wingerdweg 92 € 103,23
Wingerdweg 94 € 103,23
Wingerdweg 100 € 103,23
Wingerdweg 102 € 103,23
Artikel 5
Wijze van heffing
De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld.
Artikel 6
Tijdstip ontstaan belastingschuld
De rechten worden verschuldigd vanaf het tijdstip waarop belastingplichtige standplaats heeft ingenomen.
Artikel 7
Tijdstip van betaling
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moeten de rechten worden voldaan in één termijn, welke vervalt 14 dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving waarin van het verschuldigde bedrag wordt kennis gegeven.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.
Artikel 8
Machtiging tot overdracht van bevoegdheden
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van de in deze verordening opgenomen tarieven.
Artikel 9
Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de woonwagenrechten.
Artikel 10
Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel
De “Verordening op de heffing en invordering van woonwagenrechten in de gemeente Heerlen 2002” wordt per 1 juli 2011 ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de invorderingen die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2011 welke datum tevens de datum van ingang van de heffing is;
Deze verordening wordt aangehaald als “verordening woonwagenrechten Heerlen 2011”
Aldus besloten tijdens de vergadering van de raad der gemeente Heerlen van
31 mei 2011.
griffier, voorzitter,
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van woonwagenrechten in de gemeente heerlen 2011