Naar hoofdinhoud
1.. De raad vergadert ten minste tweemaal maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter, de exploitant, dan wel ten minste drie leden van de raad dit nodig acht/achten. 2.. De voorzitter draagt er zorg voor dat de oproepingen, spoedeisende gevallen uitgezonderd, ten minste 10 werkdagen vóór de dag der vergadering aan de leden worden toegezonden. 3.. Elk lid van de raad is bevoegd om in een naar zijn oordeel spoedeisend geval ter vergadering voor te stellen een onderwerp aan de agenda toe te voegen. 4.. De raad beslist, of en zo ja, in hoeverre aan een voorstel als bedoeld in het derde lid gevolg wordt gegeven.

Rechtspraak bij dit artikel