Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 23

Intrekking of wijziging

Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren

1.. Naast de algemene intrekkings- en wijzigingsgronden kan een instemmingsbesluit of een vergunning worden ingetrokken of gewijzigd, indien: a.. ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; b.. op grond van onvoorziene externe omstandigheden die optreden na het verlenen van het instemmingsbesluit of de vergunning, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging c.. wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan het instemmingsbesluit of de vergunning is vereist; d.. de aan het instemmingsbesluit of de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; e.. van het instemmingsbesluit of de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen de in artikel 19, vijfde lid gestelde termijn; f.. de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt. 2.. Het college zal pas tot intrekken of wijzigen van het instemmingsbesluit of de vergunning overgaan dan nadat het college de aanbieder de mogelijkheid is geboden het gebrek te herstellen. 3.. Een instemmingsbesluit en een vergunning kan in elk geval worden ingetrokken of gewijzigd als het nodig is de boven- of ondergrondse infrastructurele voorzieningen van het energie- of waterbedrijf te verleggen of te verwijderen in verband met: a.. het bouwrijp maken van een gedeelte van de openbare ruimte; b.. het reconstrueren van een weg; c.. het realiseren van een ander gemeentelijke werk; d.. het anderszins wijzigen van de bestemming van openbare gronden waarbij het aanwezig blijven van ondergrondse infrastructurele voorzieningen een belemmering vormen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel