Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 27

Toezicht en handhaving

Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren

1.. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren. 2.. Indien de werkzaamheden niet op de overeengekomen data worden gestart of uitgevoerd, vervalt de verleende instemming, tenzij er tijdig een gegronde reden wordt medegedeeld, met in acht name van de maximale geldigheidsduur van het instemmingsbesluit. 3.. Het college is bevoegd de werkzaamheden stil te leggen, indien er wordt gewerkt: a.. zonder instemmingsbesluit of vergunning; b.. in strijd met het in het instemmingsbesluit of de vergunning opgenomen tijdstip van aanvang of voltooiing, de wijze van uitvoering of andere van toepassing verklaarde voorschriften.

Rechtspraak bij dit artikel