Een lid van de raad, een portefeuillehouder en de secretaris
voeren slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd
en van hem verkregen te hebben.
De voorzitter verleent de leden van de raad het woord in de
volgorde waarin zij het hebben gevraagd.
De volgorde kan worden verbroken, wanneer een lid van de
raad het woord vraagt over een persoonlijk feit, over de
vaststelling van het te beslissen vraagpunt, of over een
voorstel van orde in te dienen.
HOOFDSTUK 3 › PARAGRAAF 2
Artikel 25
Spreekregels
Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad