**1.** De belasting bestaat uit:a. een vast tarief per woning, ad € 126,25 enb. een belasting welke wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen, of de belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten, zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld.
**2.** In afwijking van het eerste lid, onder b wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen, of de belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten, voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld onder toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken.
**3.** In geval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen, of de belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten, is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde.
**4.** De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet , met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast.
**5.** De belasting, als bedoeld in het eerste lid, onder b bedraagt bij een waarde van: a. € 75.000 of minder: € 126,25;b. meer dan € 75.000 doch minder dan € 150.000: € 252,50;c. € 150.000 of meer: € 353,50.
Artikel 4
Maatstaf van heffing en belastingtarief
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2011