Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Criteria voor vergunningverlening overige instellingen

Onderdeel van Beleidsregel aanvragen vergunningen inzamelingen van geld

1.. De vergunningverlening aan andere dan de in artikel 3 bedoelde instellingen wordt bepaald aan de hand van de volgorde van ontvangst van de aanvragen. 2.. Voor het verlenen van vergunningen gelden de volgende criteria: de instelling moet als bonafide zijn aan te merken; de instelling moet specifiek plaatselijke kenmerken bezitten; de inzameling mag niet een duplicering zijn van andere reeds bestaande inzamelingen ten bate van een identiek doel, met name dat van instellingen vermeld op het collecteplan de opbrengst van de inzameling moet worden besteed ten behoeve van personen of instellingen buiten de kring van de instelling zelf; de aanvrager mag geen politieke doeleinden nastreven; de periode van inzameling moet een in het collecteplan voorkomende vrije periode betreffen van maximaal twee aaneengesloten weken. 3.. Omtrent de betrouwbaarheid en steunwaardigheid van een instelling als bedoeld in dit artikel kunnen burgemeester en wethouders een advies vragen aan het Centraal Bureau Fondsenwerving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel