Doel van de regeling is het stellen van regels voor tijdelijke opslagen van vaste mest zonder dat een milieuvergunning hoeft te worden aangevraagd. In die zin geeft het bestuur aan hoe het wenst om te gaan met haar handhavingsbevoegdheid.Aan de regeling zijn de volgende voorschriften verbonden:1. Onder vaste mest wordt verstaan; steekvaste (stapelbare) dierlijke mest volgens het Besluit gebruik dierlijke meststoffen, of steekvaste organische mest, volgens het Besluit kwaliteit en gebruik overige organische meststoffen. Alleen vaste dierlijke mest en overige organische meststoffen mogen op landbouwpercelen worden opgeslagen.2. Deze regeling geldt niet voor gronden die zijn aangewezen als natuurbegebied in het desbetreffende bestemmingsplan.3. De opslag mag maximaal tien aaneengesloten maanden per jaar op dezelfde plaats liggen.4. Er mag maximaal 40 m³ op dezelfde locatie worden opgeslagen.5. De opslag mag niet gedurende 4 opeenvolgende jaren op dezelfde locatie plaatshebben.6. Slechts eenmaal in de 4 jaar mag vaste dierlijke mest op dezelfde plaats wordenneergelegd. Ten opzichte van de opslag op een locatie in het jaar daarvoor moet tenminste een afstand van 50 meter in acht worden genomen.7. De opslagplaatsen moeten zijn gelegen op een afstand van minimaal:a. 100 m. van bebouwing, behorend tot categorie I en IIb. 50 m. van bebouwing, behorend tot categorie III en IVc. De categorie-indeling is gedefinieerd in de Brochure veehouderij en Hinderwet8. De mestopslag moet ten minste zeven meter uit de insteek van de sloot of waterloop liggen.9. Deze regeling geldt niet voor bedrijven die in het bezit zijn van een milieuvergunning of vallen onder de werking van het Besluit melkrundveehouderijbedrijven Wet milieubeheer10. Water verontreinigt met mest(stoffen), waaronder ook begrepen mestvocht, mag op geen enkele wijze in een oppervlaktewater terechtkomen.11. Zo vaak de omstandigheden daartoe aanleiding geven, moeten doeltreffende maatregelen worden genomen ter bestrijding van plaagdieren.12. De omgeving van de opslagplaats mag niet worden verontreinigd. Bij verstuiving of andere verontreinigingen dienen doelmatige maatregelen te worden genomen ter bestrijding en voorkoming ervan.13. Om verstuiving van de duinen te voorkomen mag vaste mest worden ingezet indien:a. de vaste mest wordt gebruikt in de periode dat het uitrijden van vaste mest is toegestaan( 1 februari tot en met 31 augustus)b. de vaste mest wordt aangebracht in een laag van ten hoogste 5 cm.c. de vaste mest wordt gebruikt op agrarische gronden.14. Elke opslag dient minimaal 4 weken voor de aanvoer van de mest(stoffen) schriftelijk aan het college van burgemeester en wethouders van Ameland te worden gemeld door middel van het door burgemeester en wethouders vastgestelde meldingsformulier.15. Binnen 2 weken bevestigt het college van burgemeester en wethouders de ontvangst van de melding van de aanvrager. De ontvangstbevestiging vermeldt in ieder geval of met de aangegeven plaats van de opslag kan worden ingestemd.16. Het college van burgemeester en wethouders kan, nadat de opslag gerealiseerd is, nadere eisen stellen en/of aanwijzingen geven welke dienen te worden nageleefd.Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van Burgemeester en Wethouders d.d. 01 juni 2004Deze beleidregel heeft de titel: “Tijdelijke opslag van vaste mest”Deze beleidsregel treedt in werking één dag nadat hij is bekend gemaakt.