**1..** De leden van een commissie ontvangen voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie een vergoeding die is vastgesteld door het college, de gemeenteraad en/of de burgemeester.
**2..** De in het eerste lid bedoelde vergoedingen bedragen maximaal het door de minister van binnenlandse zaken te bepalen maximum.
**3..** De in het eerste lid bedoelde vergoedingen worden jaarlijks herzien aan de hand van een door de minister van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties te bepalen indexcijfer.
**4..** In afwijking van het tweede lid kan de gemeenteraad beslissen een hogere vergoeding vast te stellen dan het maximum, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Beroepsmatig inbrengen bijzondere beroepsmatige deskundigheid in de commissie.
Zwaarte van de taak en de omvang van de te verrichten arbeid (de commissie kan alleen functioneren als een of meer leden een extra inspanning leveren).
**5..** In afwijking van het derde lid beslist de gemeenteraad afzonderlijk over herziening van de vergoeding van de welstands- en monumentencommissie Den Haag.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Verordening geldelijke vergoedingen commissieleden niet zijnde raadsleden