Het college kan uit het in artikel 3 lid 1 genoemde budget betalingen doen voor projecten en activiteiten overeenkomstig de in artikel 2 genoemde doelomschrijving en ten behoeve van de onderstaand in lid 2 genoemde kosten.
Het woningbouwbudget wordt ingezet voor het geheel of gedeeltelijk dekken van één of meerdere van de volgende kosten:
Een bijdrage in de grondexploitatie voor woningbouwprojecten die na 1 januari 2005 zijn of worden gerealiseerd en die zonder geldelijke steun niet volgens het gewenste gemeentelijke woningbouwprogramma zouden kunnen worden gerealiseerd;
Tijdelijk inhuren van extra personele capaciteit ten behoeve van het realiseren van woningen in het algemeen en betaalbare huur- en koopwoningen in het bijzonder;
(extra) onderzoek, inhuur van externe deskundigheid en of tijdelijk inhuren van externe adviseurs ten behoeve van het wegnemen van knelpunten en het bevorderen van de procesgang;
Een bijdrage voor beleid of projecten die tot doel hebben de volkshuisvesting voor specifieke doelgroepen zoals bijvoorbeeld starters, senioren en zorgvragers.
De feitelijke inzet van het woningbouwbudget vindt plaats op initiatief van het college. In zijn besluit geeft het college aan voor welke van de in lid 2 genoemde kosten de betaling zal worden gedaan.
Het college stelt per geval de hoogte van de bijdrage(n) vast.
Geen bijdragen worden verstrekt in de bouwkosten van woningen of aan de toekomstige bewoner van een woning.