Op een waarderingssubsidie in het kader van het Innovatiefonds
zijn de volgende bepalingen van deze verordening niet van
toepassing: artikel 1.1 onder e, 1.2 lid 2, 3 en 5, 1.3, 1.4,
1.5, 1.7, 1.8, 1.9, 1.11, 2.2 en 3.1 lid 3.
Voor waarderingssubsidies in het kader van het Innovatiefonds
stelt het college bij beleidsregel, zoals bedoeld in artikel
1.2, lid 4 van deze verordening, vast voor welke activiteiten
deze subsidie wordt verleend. Voor zover van toepassing, wordt
hierbij tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in
aanmerking komen, op welke wijze een aanvraag kan worden
ingediend en welke gegevens hierbij moeten worden gevoegd, hoe
de subsidie wordt berekend, gedurende welk tijdvak subsidie kan
worden aangevraagd, de verdeling van de subsidie en hoe de
subsidiebedragen worden uitbetaald. Hierbij kan het college een
of meerdere subsidieplafonds vaststellen.
Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een
subsidie in het kader van het Innovatiefonds binnen 26 weken
nadat de volledige aanvraag is ingediend.
Voor subsidies in het kader van het innovatiefonds wordt alleen
een beschikking tot vaststelling van een subsidie gegeven
overeenkomstig art. 4:43 van de Awb.