Naar hoofdinhoud
1.. Indien naast recht op wethouderspensioen krachtens deze verordening recht bestaat op één of meer pensioenen krachtens een andere regeling, als bedoeld in het vierde lid, en het totaal van die pensioenen meer bedraagt dan f 121.187,00 wordt eerstbedoeld pensioen beperkt tot een zodanig gedeelte (beperkingsbreuk) van het bedrag van f 121.187,00 als evenredig is aan de verhouding, waarin dat pensioen staat tot het totaal van de pensioenen. 2.. Indien het bedrag van één of meer van de in het eerste lid bedoelde pensioenen bij berekening naar de maximaal in aanmerking komende diensttijd hoger is of zou zijn dan het in dat lid genoemde bedrag van f 121.187,00 treedt dat hogere bedrag of het hoogste van die bedragen voor de toepassing van het eerste lid in de plaats van het bedrag van f 121.187,00. Voor de in de vorige volzin bedoelde vergelijking worden de pensioenen aangepast overeenkomstig de regelen, vastgesteld bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 105 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers en daarmee overeenkomende artikelen in andere pensioenwetten. 4.. Onder een pensioen krachtens een andere regeling wordt in dit artikel verstaan een pensioen, een daarmee in aard overeenkomende uitkering, alsmede een onderstand bij wijze van pensioen ten laste van het rijk, een provincie, een gemeente, een waterschap, een lichaam als bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen of een daarmee gelijk te stellen publiekrechtelijk lichaam, ten laste van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds, van het Spoorwegpensioenfonds en van de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen, dan wel ten laste van de Nederlandse Antillen of een publiekrechtelijk lichaam in dat land of een door het openbaar gezag in één van deze landen ingesteld fonds, met inbegrip van de daarop onder welke benaming ook verleende toeslagen en met uitzondering van een pensioen krachtens de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Stb. 1947 H 313) en de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Stb. 1947 H 420), van een uitkering krachtens de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, van een invaliditeitspensioen met de daarop toegekende verhogingen krachtens een vroegere militaire pensioenwet in de zin van de Algemene militaire pensioenwet, van een invaliditeits-pensioen, een invaliditeitsverhoging en een bijzondere invaliditeitsverhoging krachtens laatstge-noemde wet, alsmede van een uitkering krachtens de Algemene oorlogsongevallenregeling. Onder een pensioen krachtens een andere regeling wordt in dit artikel mede begrepen een ten laste van het rijk onder welke benaming ook verleende toeslag op een pensioen, een daarmede in aard overeen-komende uitkering of een onderstand bij wijze van pensioen ten laste van Suriname of een publiek-rechtelijk lichaam in dat land. 5.. Na beperking van een eigen pensioen volgens het eerste of tweede lid van dit artikel wordt de toegepaste beperkingsbreuk slechts gewijzigd, wanneer een pensioen, als in dit artikel bedoeld, wordt toegekend of eindigt, dan wel - anders dan wegens aanpassing overeenkomstig de regelen, vastgesteld bij de algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 105 van de algemene pensioenwet politieke ambtsdragers en daarmede overeenkomende artikelen in andere pensioenwetten - wordt herzien.

Rechtspraak bij dit artikel