Naar hoofdinhoud
1.. Zo spoedig mogelijk na het overlijden van een gepensioneerde wethouder wordt aan de weduwe of weduwnaar van wie de overledene niet duurzaam gescheiden leefde, een uitkering toegekend ten bedrage van het pensioen van de gepensioneerde wethouder over een tijdvak van twee maanden. Bij ontstentenis van een weduwe of weduwnaar, van wie de overledene niet duurzaam gescheiden leefde, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen van de overledene, of minderjarige kinderen, waarover de overledene ten tijde van zijn overlijden de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind, als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. 2.. Indien de overleden gepensioneerde wethouder geen betrekkingen als in het eerste lid bedoeld nalaat, kan het daarbedoelde bedrag door burgemeester en wethouders geheel of gedeeltelijk worden uitgekeerd voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging indien de nalatenschap van de overledene voor de betaling van die kosten ontoereikend is.

Rechtspraak bij dit artikel