**1..** Burgemeester en wethouders herzien een door hen genomen beslissing, indien:
aan die beslissing een feitelijke onjuistheid ten grondslag ligt;
na die beslissing blijkt dat aan die beslissing andere feiten ten grondslag dienen te worden gelegd.
**2..** Indien na een beslissing van burgemeester en wethouders de feiten waarmee in die beslissing rekening is gehouden zodanig zijn gewijzigd, dat deze beslissing anders zou luiden als zij nog genomen zou moeten worden, wijzigen burgemeester en wethouders de beslissing, rekening houdend met de gewijzigde feiten.
**3..** Burgemeester en wethouders herstellen een door hen genomen beslissing omtrent toekenning, aanpassing ingevolge artikel 5 daaronder begrepen, herziening, wijziging of betaalbaarstelling van een uitkering of van een pensioen, indien daarin een andere onjuistheid voorkomt dan in het eerste en tweede lid bedoeld.
**4..** Burgemeester en wethouders stellen de belanghebbende in kennis van de gronden, waarop een beslissing, als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, steunt.
**5..** Indien vijf jaren zijn verstreken na de dagtekening van een beslissing, die vatbaar is voor herziening, wijziging of herstel, overeenkomstig het bepaalde in het eerste, tweede of derde lid, kunnen burgemeester en wethouders die leden buiten toepassing laten.
HOOFDSTUK VIII
Artikel 58