**1..** Indien de bepalingen van deze verordening of één of meer der voorschriften, gegeven bij de vergunning, naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet of niet behoorlijk worden nageleefd kunnen burgemeester en wethouders aan de vergunninghouder een waar-schuwing zenden. In die waarschuwing wordt een termijn gesteld van ten minste veertien dagen, waarbinnen aan de bepalingen en voorschriften alsnog moet worden voldaan.
**2..** Burgemeester en wethouders trekken de vergunning in wanneer:
gebleken is, dat het belang van de betrokken woonruimtezoekenden onvoldoende is gewaarborgd;
gebleken is, dat door of namens de vergunninghouder de bepalingen van deze verordening dan wel de bij de vergunning gegeven voorschriften niet of niet behoorlijk worden nageleefd;
de houder een jaar na afgifte of verlenging van de vergunning daarvan geen gebruik heeft gemaakt;
de termijn, verbonden aan de in het eerste lid bedoelde waarschuwing, zonder naar het oordeel van burgemeester en wethouders geldige reden is overschreden;
gebleken is, dat de ter verkrijging van de vergunning verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig zijn, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen dan indien op het tijdstip van beoordeling daarvan de juiste gegevens volledig bekend waren geweest;
gebleken is, dat een ander dan het in de vergunning vermelde hoofd en/of beheerder als zodanig werkzaam is, tenzij van een wijziging in de samenstelling van het bureau door de vergunninghouder overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 melding is gemaakt;
gebleken is, dat de op grond van artikel 10 verstrekte gegevens zodanig onjuist of onduidelijk zijn, dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders geen duidelijk inzicht in het functioneren van het bureau kan worden verkregen.
**3..** Het besluit tot intrekking van de vergunning is met redenen omkleed en wordt de vergunninghouder schriftelijk medegedeeld.
Artikel 12
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Verordening op de woning- en kamerbemiddelingsbureaus