De bijdrage wordt niet toegekend indien:
met het treffen van de voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend;
de voorzieningen niet sober en doelmatig worden uitgevoerd;
de kosten van de voorzieningen niet geacht kunnen worden te staan in een redelijke verhouding tot het te verkrijgen resultaat;
met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de eigenaar bij de gemeente een aanvraag om subsidie heeft ingediend;
door of vanwege burgemeester en wethouders de noodzaak tot het treffen van de voorzieningen niet is vastgesteld;
de in artikel 3.9 lid 4 vermelde goedkeuring niet is verleend;
de kosten van de voorziening minder bedragen dan € 680,--
HOOFDSTUK 3
Artikel 3.5
Artikel 3.5
Onderdeel van Verordening tot verlening van geldelijke steun ingevolge de Wet op de Stads- en Dorpsvernieuwing