**1..** De opdrachtgever kan objectsubsidie verkrijgen voor een bijdrage ten behoeve van de onrendabele top in de financiering van de stichtingskosten, die ontstaat door het verschil tussen huur-/koop-/leaseprijs van het bedrijfsobject en het minimaal benodigd rendement op de investering.
**2..** Onder de stichtingskosten als bedoeld onder lid 1 worden begrepen de kosten die de opdrachtgever maakt ter zake van:
de grondkosten;
de aanneemsom;
de risicoverrekening van loon- en materiaalprijsstijgingen;
het architecten- en constructeurshonorarium;
het toezicht op de uitvoering;
de leges voor de bouwvergunning;
de verschuldigde en niet verrekenbare omzetbelasting;
het renteverlies gedurende de uitvoering van de werkzaamheden;
administratie ten behoeve van de voorbereiding en uitvoering van de werkzaamheden;
het rapport van een beëdigd taxateur ten aanzien van de in lid 1 bedoelde prijs.
**3..** Wanneer ingeval de opdrachtgever en de gebruiker dezelfde zijn de bedrijfsvloeroppervlakte meer dan anderhalf maal de te verlaten oppervlakte bedraagt, wordt het meerdere niet gesubsidieerd.
**4..** Burgemeester en wethouders houden bij de berekening van de objectsubsidie rekening met geldelijke aanspraken die de opdrachtgever heeft ontleend of kan ontlenen van welke aard dan ook.
**5..** De objectsubsidie kan tezamen met eventuele andere bijdragen van rijk en provincie waarop aanspraak kan worden gemaakt, daaronder investeringsbijdragen uit hoofde van de Wet investeringsrekening (Stb 1978, 368) begrepen, niet meer bedragen dan 50% van de stichtingskosten tot een nader door burgemeester en wethouders te bepalen bedrag.
**6..** Burgemeester en wethouders kunnen, indien zij bijzondere redenen aanwezig achten, van het gestelde onder lid 4 afwijken tot een maximum van 60%.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf C.
Artikel 4.19
Artikel 4.19
Onderdeel van Verordening tot verlening van geldelijke steun ingevolge de Wet op de Stads- en Dorpsvernieuwing