Een persoon met beperkingen kan:
voor een voorziening als bedoeld in artikel 4.3 onder a. in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen het normale gebruik van de woning belemmeren;
voor een voorziening, als bedoeld in artikel 4.3 onder b. en c., in aanmerking komen indien de in artikel 4.3 onder a. genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening is;
in afwijking van het gestelde in het eerste lid van dit artikel, kan het college een voorziening, genoemd in artikel 4.3 onder a., verlenen aan een persoon, die op verzoek van de gemeente, ten behoeve van een persoon met beperkingen de woning ontruimt.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4
Primaat van verhuizing en voorwaarden woonvoorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hellendoorn 2011