Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a.
wet:
de Wet op de bejaardenoorden;
b.
bejaarde:
een persoon van 65 jaar of ouder, danwel een daarmee door burgemeester en wethouders gelijkgestelde;
c.
bejaardenoord:
een inrichting waarin aan ten minste vijf bejaarden duurzame huisvesting, gepaard met gehele of gedeeltelijke verzorging wordt verschaft;
d.
houder:
de natuurlijke persoon of rechtspersoon, die een bejaardenoord exploiteert;
e.
bewoner:
de persoon die in een bejaardenoord duurzame huisvesting, gepaard met gehele of gedeeltelijke verzorging geniet;
f.
werknemer:
een persoon in dienst van de houder, werkzaam in
het bejaardenoord;
g.
vrijwilliger:
een persoon, die anders dan als bestuurslid, regelmatig zonder aanspraak op een geldelijke beloning werkzaamheden in het bejaardenoord verricht;
h.
directie:
degene of degenen die in een bejaardenoord door de houder is of zijn belast met de dagelijkse leiding;
i.
inspectie:
de ambtenaren, bedoeld in artikel 13 van de wet.
HOOFDSTUK I
Artikel 1