Naar hoofdinhoud
1.. De houder behoeft de voorafgaande schriftelijke instemming van de bewonerscommissie voor elk besluit inzake: een wijziging van de doelstelling of de grondslag; het algemene beleid inzake de opneming en het ontslag van de bewoners; de vaststelling of wijziging van voor de bewoners geldende regelingen waaronder het huisreglement; de gehele of gedeeltelijke opheffing of verhuizing; het overdragen van de zeggenschap; recreatiemogelijkheden en ontspanningsactiviteiten; andere in het reglement aangewezen onderwerpen. 2.. Indien een bejaardenoord niet door een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechts-persoon in stand wordt gehouden, behoeft de houder de voorafgaande schriftelijke instemming van de bewonerscommissie voor elk besluit inzake de onderwerpen, genoemd in artikel 32. 3.. In afwijking van het eerste en tweede lid kan de houder een besluit inzake een onderwerp als in die leden bedoeld nemen zonder voorafgaande schriftelijke instemming van de bewonerscommissie, indien de bewonerscommissie niet binnen een door de houder na overleg met de bewoners-commissie te stellen redelijke termijn schriftelijk haar beslissing aan de houder heeft medegedeeld. 4.. Indien de bewonerscommissie de instemming als bedoeld in lid 1 onthoudt aan een besluit, kan de houder burgemeester en wethouders een uitspraak vragen. Burgemeester en wethouders beslissen na advies van de Geschillencommissie als bedoeld in hoofdstuk XI. De beslissing van burgemeester en wethouders bindt beide partijen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel