Naar hoofdinhoud
1.. Van de bewoners en, voor zover van toepassing, van de kandidaat-bewoners, moet een nauwkeurige administratie worden bijgehouden en in het tehuis aanwezig zijn, waaruit hun naam, voornamen, geboortedatum, burgerlijke staat en kamernummer, de namen en adressen van hun huisarts, geestelijk verzorger of raadsman en die van hun ziekenfonds of andere ziektekostenverzekeraar blijken. Ook moet uit deze administratie blijken welke personen bij ziekte of dergelijke gevallen moeten worden gewaarschuwd, alsmede hun adressen of telefoonnummers. Tenslotte moet daaruit de datum van indicatiestelling door de commissie, bedoeld in artikel 6 j van de Wet en de datum van opname in het bejaardenoord blijken. De houder verzamelt niet meer gegevens dan voor een goede bedrijfsvoering noodzakelijk is. 2.. De administratie mag niet de voorhanden zijnde gegevens van medische aard bevatten, evenmin als de urgentie van opname. Deze gegevens dienen onder verantwoording van een daartoe aangewezen personeelslid afzonderlijk in een afgesloten ruimte te worden bewaard. 3.. Iedere bewoner dan wel diens gemachtigde heeft het recht van inzage van de over hem of haar vastgelegde gegevens en het recht onjuiste gegevens te doen corrigeren. 4.. Kennisneming van de in het eerste lid bedoelde gegevens is verder uitsluitend toegestaan aan de houder of door de houder aangewezen personen, voor zover die voor een soepel verloop van hun werkzaamheden over de bedoelde gegevens moeten kunnen beschikken, met inachtneming van artikel 10, lid 1, en aan de inspectie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel